Servaaskerk Maastricht

Inleiding   Vroege geschiedenis en Romaanse bouwperiode   De Dubbelkapel   Het westwerk en de Keizerzaal   Henric van Veldeke en St. Servaas   De Sleutel van Servaas   De Cenotaaf   De Romaanse kapitelen   het Bergportaal

 

Het Bergportaal

Het bergportaal aan de zuidkant van de Servaas stamt uit omstreeks het jaar 1220 en wordt vaak als een van de eerste voorbeelden van gotische beeldhouwkunst in de Nederlanden gezien. Er valt overigens geen duidelijk jaartal op te plakken, het is zo wie zo ontstaan in fases. Toen een deel van de beelden klaar was is het portaal zelf nog verbouwd, zodat het er naar uitziet dat het hele ontwerp waarschijnlijk een stuk eerder ligt dan de bouw van het portaal zelf, misschien nog voor 1204. 1204 is een belangrijk jaar, omdat vanaf dat jaar De Servaaskerk, kapittel en alle bezittingen onder de hertog van Brabant vallen en niet meer rijksonmiddellijk onder de keizer zelf. (Een deel van de stad met o.a. de O.L.V. basiliek valt onder Luik.) De opzet van de beeldengroepen in het portaal is niet vernieuwend, in die zin dat het duidelijk teruggrijpt op de opzet van de beelden van het portaal van de Mariakerk van Senlis, zie afbeelding links boven. Dit portaal kwam tot stand in de tijd waarin de nog Romaanse kapitelen van de Servaas werden gebeiteld, rond 1170, ten tijde van de grote uitbreidingen en versieringen van de Servaas onder proost Christian von Buch. Hoe de invloed van een portaal als in Senlis is Maastricht terecht is gekomen is onduidelijk, wellicht heeft de heerserswisseling daar mee te maken. Senlis nabij Parijs hoorde bij Frankrijk. Brabant was veel meer Frans-georiŽnteerd, een groot deel van dit hertogdom was ook Franstalig. De directe invloed vanuit het Rijnland zal waarschijnlijk vanaf die tijd sterk zijn afgenomen.
We zien in Senlis en Maastricht bijna dezelfde beelden in dezelfde volgorde staan. Er zijn ook een aantal verschillen, een is het meest opvallende: het portaal van Maastricht stelt naast Maria ook St. Servaas centraal, door hem te plaatsen naast andere belangrijke figuren uit het nieuwe testament: Simeon, Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Verder wordt hij nog een keer getoond in de kleinere afbeeldingen in vier rijen boven de deur, die uitmonden in drie grotere voorstellingen met Maria. Deze kleinere figuren, vormen de boom van Jesse, de afstammingslijn van Christus en Maria. Je begint te lezen links onder, de buitenste boog, en zo steeds naar binnen. De binnenste boog bevat boven twee vrouwen: Anna en Elizabeth. Via Anna komen we op Maria, Christus en symbolisch wellicht Petrus?, via Elizabeth op beneden (midden-rechts)... St. Servaas! Dat is natuurlijk nogal gedurfd!
"Wie is wie" in het bergportaal is niet altijd eenduidig. Dat heeft o.a. te maken met het feit dat een deel van de beelden bij de restauratie in de 19e eeuw door Cuijpers zo beschadigd bleek te zijn dat dat aangevuld moest worden. De keuzes die daarbij zijn gemaakt zijn zeer arbitrair. Het eerste beeld dat vaak verkeerd wordt geÔnterpreteerd is daarentegen niet een beschadigd beeld, het is het beeld van de eerste koning uit het oude testament SamuŽl. Het wordt nog steeds vaak voor Johannes de Doper aangezien, omdat er een schaal met een lam op wordt weergegeven. Drie argumenten pleiten ten zeerste tegen deze interpretatie: een lam, alhoewel nooit op schotel, hoort ook bij SamuŽl en wordt als zodanig ook op portalen in bijv. Parijs en Chartres getoond in dezelfde combinatie met de andere oudtestamentische figuren. Het tweede argument is het attribuut onder SamuŽl, 2 hoofden. Het gaat hier vrijwel zeker over de zonen van SamuŽl, JoŽl en Abia, zijn oudste zonen, die recht spraken in Bersťba. Als derde argument: het is zeer onwaarschijnlijk dat Johannes de Doper zowel bij de oud-testamentische als nieuw-testamentische figuren wordt afgebeeld, en hij staat duidelijk daar tegenover bij de nieuw-testamentische figuren. De schotel bij het lam is waarschijnlijk een fout van de persoon die de iconologische uitwerking heeft gemaakt in het begin van de dertiende eeuw, en net te weinig naar de voorbeelden in Frankrijk van de weergave van het lam bij SamuŽl heeft gekeken. Het tweede beeld dat door Cuijpers zelf duidelijk verkeerd is geÔnterpreteerd is het beeld van Simeon. Cuijpers heeft het hoofd van een man uit een eerdere restauratie uit rond 1600 verwijderd. Cuijpers dacht dat daar Jozef stond, maar het leek hem logisch dat iemand met een kind op schoot Maria zelf moest zijn. Hij heeft dus van deze figuur een Maria met kind gemaakt. Maar allebei de interpretaties zijn fout: het gaat om Simeon, de priester die in de tempel Jesus in zijn armen neemt en vervolgens voorspelt wat er met dit kind in de toekomst gaat gebeuren. (Lucas 22-39) Onduidelijk is wel het attribuut dat bij Simeon staat, een leunende of hurkende jonge man. Deze figuur wordt overigens ook aan Simeon gekoppeld bij portalen in Frankrijk uit dezelfde tijd. Wat wil deze iconografie nu in zijn geheel zeggen? De oudtentamentische figuren zijn een vooraanzegging van de nieuwtestamentische figuren. Abraham gaat Isaac offeren,daar tegenover staat Simeon, die niet Isaac, maar Christus draagt. Christus. Als attribuut zien we het lam, welk tegelijk het lam gods is, maar ook het lam dat Abraham neemt i.p.v. zijn zoon Isaac. Noach krijgt spijs in de vorm van kwartels als hij in de woestijn is, Joannes de Doper boven de Jordaan moest ook vasten in de woestijn. David maakte psalmen en bezong daarmee de heerlijkheid van God, Joannes de evangelist (natuurlijk met zijn attribuut de adelaar) deed dit door zijn evangelie. Joannes wordt ook gezien als de patroonheilige van componisten, zoals David als attribuut vaak met een harp wordt afgebeeld. En, nu komt het: Samuel was de eerste Joodse koning. Servatius, die een draak doodde, kreeg een sleutel, een wereldlijke sleutel waarmee keizers als door god aangesteld zijn macht op aarde vertegenwoordigden! Elke figuur is zo symmetrisch een antipode van de figuur aan de andere kant.

 

 

In de nissen aan de zijkanten staan 12 figuren die geÔdentificeerd zijn als meest aartsvaders en profeten: Abraham, Isaac, Jacob etc. Een vrouwelijke figuur wordt wel gezien als "Synagoga" maar er zijn meer mogelijke verklaringen. Boven deze figuren staan engelen die meest naar beneden wijzen. De aartsvaders of profeten zijn zo een link tussen hemel en aarde.
Op de kapitelen zien we behalve acanthus en druivenranken en trossen ook op veel plaatsen dieren als hagedissen, leeuwen etc. Deze worden meest geduid als symbolen uit het in die tijd heel populaire en bekende boek "bestiariae", waar elk dier iets verbeeldde. De plaats hiervan lijkt willekeurig, er is geen duidelijk verband te maken met de afbeeldingen die er dicht bij staan.

 Ziet u slechts 1 pagina?
klik hier voor de volledige website
"Voorouders uit Midden-Limburg"